Nadat we ons visum van Indonesie in Singapore hadden geregeld zijn we direct naar het eiland Palau Batam gevaren (binnen anderhalf uur nadat we ons paspoort terug hadden zaten we al op de boot richting Indonesie). Het Indonesische eiland Batam heeft zich ontwikkeld tot een belangrijk industrieel / toeristisch eiland dat vooral in trek is bij inwoners van Singapore. De boottocht duurde ongeveer drie kwartier waarna we naar een hotel zijn gereden midden op het eiland. Het was een groot verschil met Singapore, de stad waar alles goed geregeld is en de stad die zeer schoon is. Batam is het tegenovergestelde en de reden voor de Singaporezen om hiernaar toe te komen is waarschijnlijk omdat het zo goed koop is. Wij hadden het eiland na een dag eigelijk wel gezien en besloten om de boot te nemen naar Sumatra. Bij de haven aangekomen waren er tientallen bureautjes die bootreizen verkochten maar welke moesten we nou hebben. Na wat navraag en een zeer onaangenaam gesprek met een opdringerige “verkoper” hadden we dan eindelijk de goede boot gevonden. De boottocht zou vijf uur duren en daarna nog zo’n drie uur in de bus en dan zouden we in Pekanbaru aankomen, een van de grotere steden midden op Java. Dit was volgens de boeken geen bijzondere stad maar toch …… De volgende morgen moesten we ons om zeven uur in de haven melden en werden we naar de boot gebracht. Het was een grote speedboot waar zo’n honderdvijftig personen op konden. De boot zat goed vol toen we op tijd vertrokken en net als met een busverbinding stopte de boot enkele malen bij een halte waar mensen in- en uitstapten. Halverwege werd er op zee overgestapt waarbij onze boot tegen een andere boot werd aangemeerd en de mensen van de ene in de andere boot konden stappen, heel bijzonder om te zien. Om een uur in de middag bereikten we dan de havenplaats waar wij uit moesten stappen en konden we de rugzakken boven gaan pakken. Voor de veiligheid hadden we deze met een kabelslot aan elkaar gemaakt. Het was achteraf misschien niet zo verstandig want over de tassen lagen andere tassen, koffers en dozen en het was dus niet mogelijk om de rugzakken er even onderuit te trekken. Na het een en ander opzij te hebben gezet kwamen de nieuwe reizigers al weer op de boot en we waren dan ook blij toen de tassen op de wal lagen. Het gevolg was wel dat de gereedstaande bussen al goed vol zaten. We hadden gelukkig nog wel een plaatsje, eerst de rugzakken op het dak en dan rijden maar. We zouden naar het busstation van Pekanbaru reizen, tegenover het “busstation” zou hotel Linda zitten en wij hadden bedacht dat we daar zouden gaan overnachten. De tocht naar Pekanbaru duurde langer dan gedacht (waarschijnlijk vanwege de erg slechte wegen, met name in het begin en het vele stoppen van de chauffeur) en we kwamen dan ook om zeven uur in de avond aan. De bus stopte dus niet op het busstation maar bij een boekingsbureautje waar je de volgende bustickets kon kopen zo’ vijf kilometer buiten het centrum van de stad. Dan maar een taxi zoeken die ons naar het centrum kan brengen dachten we maar ook dit viel nog niet zo mee en na wat mensen te hebben aangesproken werd er een “zwarte” taxi geregeld. Wij vonden het al lang best en nadat iedereen provisie had gekregen (we denken dat we wel drie personen betaald hebben via de taxichaffeur) vertrokken we naar hotel “Linda”. Aangekomen bij hotel “Linda” bleek dat de kamer geen douche had en een wc konden we ook nog niet een, twee, drie vinden. De mensen spraken tot onze verbazing geen Engels dus dat werd moeilijk. Het duurde even maar toen werden we naar buiten verwezen en wat denk je: er zijn twee hotels “Linda”, beide tegenover het busstation en ongeveer vijftig meter uit elkaar. De taxichauffeur moest er ook om lachen. Het volgende hotel had wel een douche en toilet op de kamer maar deze was al in gebruik door een hele grote kakkerlak volgens Vera die even was wezen kijken. De volgende kamer die ze lieten zien was een stuk beter en belangrijker een stuk schoner. We hadden inmiddels wel erge honger gekregen en nadat we ons een beetje hadden opgefrist zijn we naar de receptie gelopen om te vragen waar het dichtsbijzijnde restaurant was. We werden verwezen naar een restaurant niet ver van het hotel. Het eten moesten we aanwijzen en toen we zaten te wachten realiseerden we ons pas dat ook hier het kakkerlak gehalte erg groot was. Vera gruwelde bij elke kakkerlak en het is gek maar je zag op een gegeven moment overal wel wat bewegen. Het eten was overigens prima maar we zijn niet blijven natafelen.
De volgende dag hadden we besloten om in Pekanbaru te verblijven om daarna weer door te reizen. In Pekanbaru is dus echt niets te doen en nadat we het bureau voor toerisme hadden gevonden voor wat informatie leek het wel of we de eerste toeristen deze maand waren. Ze konden ons eigenlijk maar weinig aanbieden maar er was wel een grote moskee om te bezichtigen. Ze stonden erop dat we een gids van de omgeving meenamen (maar hier stond echt niets voor ons in) en we hebben het halve kantoor en hand gegeven. Het was waarschijnlijk een kwartiertje van het kantoor naar de moskee lopen maar de prive chauffeur van een of andere bobo van het kantoor moest ons maar brengen en we werden vergezeld door het hoofd van het bureau. Aangekomen bij de moskee hebben we vriendelijk afscheid genomen want voordat je het weet……. Daar kwam de beveiligingsman aan en deze stond erop om ons rond te leiden in de moskee en uiteraard maakte hij natuurlijk de blits met twee toeristen uit Nederland (wat hij natuurlijk tegen iedereen moest vertellen). De moskee was gelukkig wel de moeite waard om te bezichtigen.
De volgende dag hadden we een minibusje geregeld dat ons naar Bukittinggi zou rijden. We zouden opgehaald worden om 10:00. Om 10:30 wordt je dan toch wel (althans Patrick) een beetje zenuwachtig of hij nog wel komt en zeker als de telefoon ook niet word opgenomen. Een dag Pekanbaru was genoeg. Gelukkig kwam het busje en de rit naar Bukitttinggi was zeer mooi wat alles snel deed vergeten. We kwamen aan om een uur of vijf bij een hotel dat binnen ons budget pastte volgens ons “Indonesieboek”. Laten we maar zeggen dat we het boek niet geheel meer vertrouwen want de prijs voor een kamer overschreef ruim het budget. Iets verder in de straat vonden we een prima hotel voor een goede prijs en toen we al “goed” hadden gezegd gaven ze ook nog eens discount. Na het eten stond er iemand klaar die ons kon helpen aan wat activiteiten in de omgeving en na wat uitleg hebben we besloten om de volgende dag een rondrit te maken door de omgeving waarbij we allerlei dingen aandeden. De tour was erg leuk en interessant met name hoe de bevolking hier leeft en woont. Gisteren zijn we zelf op pad gegaan en hebben we de stad te voet bezocht. De bevolking is zeer vriendelijk en willen eigenlijk allemaal Engels met je praten. Dit was een groot verschil met Pekanbaru waar vrijwel niemand Engels kon. Ook moesten we weer verschillende malen met de bevolking op de foto (zou het komen omdat Patrick net naar de kapper was geweest?).
30 mei 2008
Minangkabau
We zitten nu dus in het land van de Minangkabauers (West Sumatra, Indonesie). Volgens de overlevering is de naam "Minangkabau" afgeleid van een overwinning in een gevecht (minang) dat in lang vervlogen tijden heeft plaatsgevonden tussen een Sumatraanse en een Javaanse karbouw (waterbuffel). Toen de Javanen op een dag verschenen, klaar voor de strijd, probeerden de Sumatranen bloedvergieten te voorkomen en stelden voor, een wedstrijd tussen twee waterbuffels te houden. De Javanen stemden toe en brachten een sterke mannelijke buffel naar de arena. De Sumatranen lieten echter een kalf deelnemen dat al dagenlang niets te eten had gekregen, en waarvan de hoorns waren voorzien van ijzeren pinnen. Het uitgehongerde kalf ging meteen op zoek naar melk en doorboorde zo de buik van de Javaanse karbouw, die het niet overleefde. De Javanen keerden naar huis terug en lieten de Minangkabauers met rust.
Alle waardevolle eigendommen, land en het huis zijn gemeenschappelijk bezit van de clan en kunnen niet zonder toestemming van de gehele groep verkocht worden. De leiders zijn de grootmoeder en al haar vrouwelijke erfgenamen, inclusief haar oudste broer. De mannen zijn betrokken bij het beheer van de gemeenschappelijke eigendommen, maar het zijn de vrouwen die het gebruiksrecht hebben, met inbegrip van het eigendom over het land. De vrouwen hebben dus een hoge sociale status in de maatschappij van de Minangkabauers.
Het huishouden is het domein van de vrouw, terwijl de echtgenoot, zonen en broers elders wonen. De vrouwen zijn actief betrokken bij de dagelijkse gang van zaken in het clanhuis. Het clanhuis is een groot langwerpig gebouw met een dak dat qua vorm op buffelhoorns lijkt. De kunstzinnige bewerkte panelen aan de buitenzijde van het huis zijn de trots van de plaatselijke houtbewerkers. Andere voorwerpen van kunstzinnigheid zijn de handgeweven kai songket (soort sjaal), filigraan zilveren sieraden, levendige muziek en de unieke silatdans, een combinatie van bewegingen uit de oosterse vechtsporten en dans.
Vandaag zijn we naar het kratermeer Danau Manijau gereden dat befaamd is om zijn serene rust en het natuurschoon. Wij zouden vanuit een uitkijkpunt waar we een lunch hadden een wandeling naar beneden maken door de Jungle. Ondanks dat die morgen ook al een stukje door de jungle hadden gelopen op zoek naar de onwelriekende bloem Rafflesia arnoldii (met een doorsnede van een meter is dit de grootste-parasitaire-bloem ter wereld (we hebben alleen een uitgebloeid exemplaar gezien))
en wij geen last hadden gehad van bloedzuigers hebben we dit geweten. De voeten zaten onder en als je ze eraf haalde en weer tien meter liep zaten er weer tientallen op. Gevolg vier bebloede voeten aan het einde van de wandeling. Overigens doet dit niet echt zeer maar het is een vies gezicht (en gevoel). Het had er waarschijnlijk alles mee te maken dat het was gaan regenen. De wandeling was overigens wel erg mooi en het uitzicht over het meer was werelds.
Morgen zullen we vertrekken in de richting van Padang, een plaats aan de zee/strand waar we nog wat rond zullen kijken. Daarna zullen we volgende week vrijdag het vliegtuig vanuit Padang naar Jakarta nemen zodat we op tijd zijn om Cees en Riet van het vliegtuig af te halen in Jakarta voor de rondreis door Java en Bali.
Posted by
Patrick en Vera
at
vrijdag, mei 30, 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
3 opmerkingen:
Nou dat is lekker. Eerst kakkerlakken, later bloedzuigers. Op ons vakantieadres kwamen we gelukkig niet verder dan een spinneweb (in de auto, dat wel).
groetjes Ruud, Marijn en Sandra
Wat een enge dingen die bloedzuigers,maar weer een mooi verhaal en foto's, heel veel plezier volgende weken met Riet & Kees die jullie groetjes ome Piet & tante Annie
Tot in Quito!! Groetjes Petra en harm
Een reactie posten