Afgelopen vrijdag hebben we onze grote rugzakken achtergelaten in het hotel en zijn we met onze dagrugzakken vertrokken naar "Lake Titicaca". De zuidelijke grens van Peru bestaat voor een groot gedeelte uit het meer. Het is het hoogst gelegen meer ter wereld waar nog boten varen. Halverwege het meer ligt de grens met Bolivia. In het meer liggen diverse eilanden en ook een aantal "drijvende" eilanden.
Wij zijn eerst naar het drijvende eiland "Uros" gevaren. Dit eiland is gemaakt van riet dat laagsgewijs op elkaar gestapeld is. Onder het water rot dit riet uiteraard langzaam weg waardoor de bewoners het eiland regelmatig moeten ophogen met nieuw riet. Bij aankomst werden we vriendelijk onthaald door bewoners. Met name de vrouwen stonden naar ons te zwaaien. De eilanden zijn redelijk toeristisch en de vrouwen staan dan ook de toeristen op te wachten met souvenirs. De rest van de bevolking, op een enkele man na die werkzaamheden op het eiland uitvoerd is aan het jagen en/of vissen.
De eerste stappen op het eiland waren een beetje vreemd. Het is net alsof je op een waterbed loopt. Er zijn gedeeltes die redelijk stabiel aanvoelen maar ook stukken waar je zeker twintig centimeter in het riet wegzakt. Uiteraard zak je er niet doorheen maar het is toch een raar gevoel. We kregen eerst een uitleg over hoe het eiland gemaakt was en hoe de mensen er leefden. Uiteraard kunnen ze niet leven van toeristen alleen maar het is een mooie aanvulling op hun levensbehoeften.
Het zijn overigens niet alleen de eilanden die gemaakt zijn van riet maar ook de huizen, boten, uitkijktorens, stoelen, banken, etc. De mensen zijn enorm creatief. Uiteraard mochten we na de uitleg het eilandje bekijken en werden we uitgenodigd in enkele huisjes. Deze zijn over het algemeen erg klein, er wonen vier tot zes personen in een woning. Een eiland bestaat uit ongeveer acht tot tien huizen. De eilanden liggen veelal bij elkaar maar zijn niet met elkaar verbonden. Gemiddeld verplaatsen de eilanden zich een keer per vijf jaar.
Verder zijn er ook voorzieningen op de eilanden aangebracht als scholen voor de jeugd. Gedeeltelijk zijn deze door de bewoners zelf opgezet maar er zijn ook wat scholen gebouwd door de regering van Peru. Voor een vervolgopleiding of medische hulp moeten de eilandbewoners naar het vaste land. De bewoners van de drijvende eilanden komen nog regelmatig op het vaste land, dit in tegenstelling tot de eilanden waar we later naar toe zouden varen. Als afsluiting zijn we met een rieten boot naar een ander eilandje gevaren. De boot werd al roeiend door twee vrouwen naar het andere eiland gevaren. Ondanks dat het toeristisch was was het een leuke ervaring, mede door de vriendelijke en kleurrijke bewoners.
Hierna voeren we naar het eiland "Amantani". De boottocht was ongeveer drie uur. Je kon binnen en buiten zitten. Buiten was het redelijk fris (het meer ligt op 3800 meter boven zeespiegel) ondanks dat de zon flink scheen. Je moest dus goed uitkijken niet te verbranden op het water. Op de boot zaten ongeveer vijfentwintig personen en er was een gids. De boot werd bestuurd door en kapitein die nadat we uit het riet waren het stuur overgaf aan zijn zoon. Deze lag half te doezelen over het stuur en schrok regelmatig wakker. Gelukkig hadden we de ruimte op het meer.
Bij aankomst op het eiland "Amantani" stond er een grote groep met voornamelijk vrouwen in klederdracht ons op te wachten. Het was de bedoeling dat we die nacht bij een van de families op het eiland werden ondergebracht. Wij konden met zijn vieren bij een gastgezin slapen. Wij werden opgehaald door Norma, een vrolijke vrouw van achtentwintig jaar. Ze sprak geen woord Engels dus dat werd handen- en voetenwerk. Het huis lag een stuk hoger dan het meer en dat was dus weer klimmen. Regelmatig was het even op adem komen maar uiteindelijk kwamen we aan bij de woning. Er waren twee eenvoudige kamers met "bedden".
We werden onthaald door Norma haar moeder "Sabrina" en haar kinderen "Franklin" en "Ruth". Haar man en vader "Pedro" en "Bonifatius" waren ergens op het eiland aan het werk en zouden we die avond ontmoeten. We werden uitgenodigd voor de lunch in de kleine keuken waar het eten nog werd bereid op een houtvuurtje. Iedereen van de familie hielp mee en zo werd ons na tien minuten een heerlijke soep (aardappelen met groenten) voorgeschoteld. Het was een hele kom maar hij smaakte prima. Daarna kregen we nog een bord met gekookte aardappelen en een plak gebakken (en erg zoute) kaas. Het geheel werd afgesloten met een kom thee. Als presentje hadden we voor het gastgezin een aantal cadeautjes gekocht (pennen, potloden, schriften, loly en pasta(saus). Deze werden met een grote glimlach op de gezichten in ontvangst genomen.
Na de lunch kregen we allen een muts omdat we naar de top van het eiland zouden klimmen om de zonsondergang te gaan bekijken. Het was daar volgens Norma erg "Frijo" (koud). De kinderen brachten ons naar het plein waar we zouden verzamelen en toen iedereen er was begon de klim. Het mag gezegd worden: we hadden deze keer geen ezels nodig om de top te bereiken. De top van het eilandje lag op zo´n 4100 meter boven zeespiegel en dat is dus een stuk hoger dan de klim bij de "Colca Canyon" maar ook Andre en Ingeborg liepen goed naar boven. Sterker nog, ze behaalden als eerste van de groep de top maar dit was ook omdat ze een klein beetje smokkelden. De gids was nog met zijn verhaal bezig toen ze al begonnnen te klimmen.
Na de zonsondergang en het uitzicht over het eiland en het meer zijn we weer naar beneden gelopen, waar we, na wat te hebben gedronken op het plein weer aan konden schuiven bij de familie voor het diner. Even was er nog wat verwarring omdat Norma naar huis was gestuurd door onze gids en wij nog op het plein zaten te wachten. Blozend en verontschuldigend kwam ze ons ophalen.
Het diner bestond uit soep, vergelijkbaar met de lunch en witte rijst met groenten. In de soep waren waarschijnlijk de aardappelen verwerkt die wij niet op hadden gegeten tijdens de lunch maar het smaakte wederom weer prima. Het diner werd afgesloten met thee, Cocathee. Cocathee is goed voor je lichaam als je op hoogte verblijft.
Na het diner moesten we ons om gaan kleden voor een "fiesta". Wat ze al niet hadden georganiseerd voor Andre zijn verjaardag. De mannen kregen een poncho en de vrouwen twee rokken, een blouse en een sjaal. Met de die middag gekregen mutsen was het een bond gezelschap. Norma was de drijvende kracht achter het feestje en verzorgde samen met haar moeder de drank. In een soort van deken werden flessen drank op de rug van Norma en Sabrina naar beneden gesjouwd.
De gehele groep was uitgedost in traditionele kleding en er waren drie muzikanten om het geheel op te luisteren. Al bij het eerste nummertje sprongen Norma en haar moeder de dansvloer op en nodigde ons uit mee te dansen. Dit ging de gehele avond zo door. Ook opa "Bonafatius" kwam regelmatig de dansvloer op en trok Vera mee. Het werd een zeer gezellige avond waar we met zijn allen veel plezier hebben gemaakt.
De volgende morgen werden we al weer vroeg wakker. De een had wat slechter geslapen dan de ander en had van allerlei kunstjes uit moeten halen om maar niet in het holst van de nacht naar het toilet te hoeven. De waterflesjes met ........... werden geleegd in het toilet.
Daarna was het aanschuiven voor het ontbijt dat bestond uit een een heerlijke pannenkoek. Na afscheid te hebben genomen van de familie bracht Norma ons weer naar de haven waar we met zijn allen weer zouden verzamelen voor tocht naar het volgende eiland "Taquile" waar we binnen een uurtje aan zouden komen. Dit eiland wordt bevolkt door mensen die maar zelden op het vaste land komen en dus ook maar weinig mee krijgen van de "grote" wereld. Langzamerhand zie je wel dat ook televisies (met behulp van zonnepanelen) voet aan wal gaan krijgen.
Na van een lunch op dit eiland te hebben genoten was het weer tijd om terug te varen naar Puno, het vaste land van Peru. Wederom zou de boottocht zo´n drie uur duren ware het niet dat onderweg de stuurkabel brak. Besloten werd door de gids en de kapitein de motor te stoppen om de kabel te repareren. Het uitzetten van de motor was niet het slimste wat zij op dat moment hadden kunnen beslissen want nadat de stuurkabel gerepareerd was wou de moter niet meer starten. We dobberden midden op het meer en het waaide die dag toch al meer dan de vorige dag waardoor het bootje nogal deinde in de golven. Het duurde uiteindelijk een half uur voordat alles weer aan de praat was. Er waren vele witte gezichten op het bootje te vinden maar deze kleurden gelukkig weer snel bij toen de motor weer liep. Overigens was er wel een "reddingsboot" gebeld die ook net aan kwam varen maar na vijf minuten achter ons aan te hebben gevaren geen benzine meer bleek te hebben en onze boot dus weer benzine af moest staan aan de reddingsboot. Uiteindelijk zetten we zaterdagmiddag dan toch voet aan vaste wal en dat was voor velen een prettig gevoel.
Inmiddels zijn we aangekomen in Cusco en zullen we morgen vertrekken richting de Machu Picchu voor ons volgende avontuur. Deze keer gaan we met de trein dus wie weet wat we nu weer mee gaan maken.
3 opmerkingen:
Hoi Patrick, Vera, Andre en Ingeborg,
Wat een indrukwekkend verhaal zeg, vooral over dat eiland van riet. Lijkt me een hele bijzondere ervaring. Ook de verkleedpartij zag er goed uit, we hebben Andre wel eens met kerstmuts gezien maar deze staat toch echt beter !
Nou op naar het volgende avontuur en tot horens. Groeten, Karin
hallo wereld reizigers wat een leuk verhaal weer en een leuke belevenis in een totaal andere cultuur de foto,s zijn weer prachtig met mooie kleuren en dan zo,n eiland.wij nederlanders staan bekend om onze creativteit met riet maar deze mensen steken daar met kop en schouders bovenuit heel veel plezier met de treinreis en tot horens
groetjes nel en piet
Hoi Vera & Patrick, Andre & Ingeborg
Nou, nou, nou wat een verhalen, wij zijn een week naar Kos geweest moet je een halve dag gaan zitten lezen om weer bij te zijn.Mogen jullie die kleren neit meenemen leuk voor carnaval. Nog veel plezier met z'n vieren in Peru. Tot schrijvens.
Groetjes (ome) Piet & (tante) Annie
Een reactie posten