29 augustus 2008

De Galapagos eilanden

Donderdag 21 augustus zijn we om 7:00 uur opgestaan, douchen en snel een broodje als ontbijt gaan halen. Na ons "snelle" ontbijtje hebben we de tassen verder ingepakt en reden we met de taxi naar het vliegveld van Quito voor onze vlucht naar de Galapagos eilanden. Men zei dat dit een overgetelijke ervaring moest worden en we hadden er dus veel zin in. Er was de dag ervoor nog even onduidelijkheid geweest over de vertrektijd omdat we in eerste instantie een vroegere vertrektijd hadden doorgekregen. Bij aankomst op het vliegveld stond de vlucht gelukkig op het scherm. Na een kwartiertje in de rij te hebben gestaan om in te checken, vroegen ze om een pasje en dat moesten wij natuurlijk weer bij een andere balie halen. Dit pasje is een soort van paspoort voor de Galapagos eilanden waar je persoonlijke gegevens op staan en de tijd die je op de eilanden mag verblijven. Hier zouden ze om kunnen vragen op de eilanden maar wij hebben het niet meer nodig gehad. Daarna moesten de tassen "gecontroleerd" worden op etenswaren (fruit, vruchten, etc.) omdat men wil voorkomen dat er planten van buiten de Galapags eilanden kunnen gaan groeien. Bij het checken werd alleen gevraagd of we etenswaren hadden en er werd gelijk een label aan de tas gehangen "gecontroleerd".
Daarna konden we weer in de rij gaan staan om in te checken. We waren er redelijk snel door heen en konden dus gaan wachten in de wachtruimte. Deze ruimte zat afgeladen met alleen maar mensen die naar de Galapagos eilanden reisden, we waren dus niet de enige! De "boardingtime" verstreek zonder dat er iets gebeurde. Ook het bord met de vluchtgegegeven (van de afgelopen dagen) veranderde niet. Bij navraag bleek het vliegtuig een vertraging te hebben maar dit moest je wel zelf gaan vragen aan de balie. De eerste vlucht duurde zo´n half uur waarna we weer gingen landen. Na een tussenstop van ongeveer een uur in Guayaquil te hebben gemaakt vlogen we dan eindelijk naar het eiland "San Cristobal".
Voor ons vertrek hadden we de vraag gehad waarom we moesten vliegen als we met een boot gingen varen rond de eilanden. De reden hiervoor is dat de Galapagos eilanden 970 kilometer voor de kust van Ecuador liggen. Dit is de totale afstand die we met de boot later zouden afleggen om rond de eilanden te varen. De Galapagos eilanden zijn nooit verbonden geweest met het continent.
Honderden en misschien wel duizenden jaren terug zijn planten en dieren van over de zee op de eilanden beland en hebben zich aangepast aan de eilanden waardoor dit nu een unieke flora en fauna is. Ongeveer een kwart van de vissen voor de kust, de helft van de planten en bijna alle reptielen kunnen alleen op de Galapagoseilanden worden gevonden. Dit maakt de eilanden met hun flora en fauna dan ook enorm kwetsbaar.
Dat de eilanden in het verleden enorm onder druk hebben gestaan is nog steeds merkbaar en zal waarschijnlijk ook nooit meer volledig herstellen. Het begon al met de piraten die de eilanden gebruikten als schuilplaats en waar ze naar eten zochten. Er waren landschildpadden genoeg en zo werden deze gevangen en meegenomen op de schepen als voedsel. Hierna waren het de walvisvaarders die ontdekten dat rond de eilanden veel walvissen te vangen waren. Zij vestigden zich op de eilanden en brachten van alles mee zoals planten maar ook geiten, kippen, ratten en honden. Deze hadden geen vijanden op de eilanden en verspreiden zich dan ook ernorm snel over de eilanden met bijkomende gevaren als ziektes, etc. Uiteraard hadden de toenmalige bewoners geen weet van wat er veranderde op de eilanden.
Gelegen op de evenaar ten westen van de Ecuadoorse kust liggen zes hoofdeilanden. Dit zijn: San Cristobal, Santa Cruz, Isabela, Floreana, Santiago en Fernandina. Daarnaast zijn er nog twaalf kleinere eilanden (Espanola, Dahne, etc.). De totale bevolking over alle eilanden bedraagt op dit moment zo´n 28000 mensen (toeristen niet meegeteld). Ergens in de jaren negentig is besloten dat je je niet meer kan vestigen op de Galapagos eilanden. De mensen die er op dat moment woonden moesten beslissen of ze er wilden blijven. Kinderen moeten op hun achttiende beslissen of ze zich op de Galapagos eilanden willen vestigen. Zo zal de bevolking dan ook niet meer zo sterk groeien als in het verleden is gebeurd.
Het was ongeveer anderhalf uur vliegen naar het eiland "San Cristobal", waarvan de boot vertrok. Aangekomen op het vliegveld was het lang wachten om entree voor de eilanden te betalen, 100 US$ p.p. Ook hier werd nog een keer de handbagage controleerd maar als je een fototas had was dit niet nodig?? Nadat we ook de bagage hadden zijn we de gids van de boot met de naam "Sulidae" gaan zoeken. In totaal waren we met 11 passagiers, 2 mannen en 9 vrouwen (twee Nederlanders, twee Engelsen, en zeven Amerikanen). Na een eerste korte kennismaking zijn we met de bus vertrokken naar de haven. In de haven zagen we gelijk al de eerste zeeleeuwen lekker in de zon liggen te luieren. Ze gaan echt overal liggen waar ze maar kunnen. Met een klein bootje werden we naar ons verblijf voor de komende dagen gebracht. Dit was de "Sulidae" een oude zeilboot. De zeilboot uit 1902 gebouwd door de Denen werd gebruikt als trainingschip. Het had wel wat weg van een piratenschip. Aangekomen op "ons" piratenschip werden de hutten ingedeeld. Omdat wij pas 2 weken voor de reis hadden geboekt dachten we dat we de minste hut zouden krijgen maar achteraf gezien hadden we de hut met de meeste ruimte, onder de stuurhut (niet ver van de generator en de motor).
Na de lunch zijn we weer naar het eiland gevaren en met een bus naar een strand gereden. Op het strand waren vele leguanen en zeeleeuwen te zien. Je moest niet te dicht in de buurt van de zeeleeuwen komen want anders kwamen ze langzaam maar met veel kabaal op je af. Patrick heeft het enkele keren op een lopen gezet omdat hij van dichtbij foto´s aan het maken was. We hebben echt genoten van de zeeleeuwen. Ze gaan als fotomodellen klaar staan en laten hun mooiste kanten zien.
Weer aangekomen op de boot werd onder het genot van een drankje de crew aan ons voorgesteld, de crew bestond uit 5 personen en een gids. Na het diner (wat erg uitgebreid was en voorbereid word in een heel klein keukentje) kregen we uitleg over de reis en enkele regels die worden gehanteerd op de eilanden. Daarna hebben we nog even wat gedronken en toen was het alweer bedtijd, gelukkig gingen we de eerste nacht niet varen en bleven we in de haven liggen.
Onze eerste nacht op de boot hebben we goed geslapen. Om 7:00 uur was het ontbijt klaar en om 8:00 uur vertrokken we naar naar het noorden van het eiland "San Cristobal" om een landschildpadden geboortecentrum te bezoeken. Hier hebben we schildpadden in verschillende maten gezien van enkele weken oud tot hele grote oude schildpadden (ruim honderd jaar).
Daarna hebben we op de boot snorkeluitrusting gepast inclusief een wetsuit (want het water was koud, 20 graden / we zijn hogere temperaturen gewend). Terwijl wij aan het lunchen waren voer de boot naar de noordzijde van "San Cristobal". Aangekomen bij "Puerto Grande" was er een wit zandstrand waar we een uur hebben verbleven. De "Boobies", een soort van grote meeuwen met blauwe voeten doken regelmatig het water in. Vanuit Puerto Grande zijn we naar "Sleeping Lion", een rotsformatie gevaren. Tussen de rotsen was een soort van kanaal waar we konden snorkelen. Het water was erg koud, wat troebel en er was een stevige stroming maar een volgbootje was erbij om degene die moe was op te pikken. We hebben veel haaien gezien waaronder ook de hamerhaai. Verder zagen we nog gespikkelde roggen.
De stroming was sterk en Vera besloot na een half uurtje in het bootje te gaan want ze kwam niet tegen de stroming in gezwommen.
Aangekomen op de boot hebben we eerst een lekkere koude douche genomen. De boot voer weer terug naar de haven en wij hebben lekker op het dek van de boot gezeten. Om 19:00 uur was het tijd voor het avondeten en na het eten was er een briefing over de volgende dag. Na de briefing hebben we nog een kopje thee gedronken en daarna zijn we naar de hut gegaan.
Deze nacht zijn we van "San Cristobal" naar het eilanden "Daphne" en "Santa Cruz" gevaren. We zijn om 23:00 uur de vorige nacht vertrokken en rond 7:00 uur in de ochtend kwamen we aan. We hebben deze nacht redelijk geslapen maar omdat we boven de motoren slapen zijn we toch regelmatig wakker geworden. De zee was in ieder geval rustig die nacht.
We begonnen met een rondje rond het eilandje "Daphne" te varen waarna het tijd was om de snorkelspullen en wetsuits aan te trekken. Met het kleine bootje naar de kust om te snorkelen. Het water was natuurlijk weer erg koud maar het zicht was veel beter dan de dag ervoor. We zijn een dik uur in het water geweest en hebben veel gezien. In eerste instantie zagen we veel vissen maar halverwege kregen we gezelschap van zeeleeuwen. De zeeleeuwen waren met ons aan het spelen en volgende ons tijdens het snorkelen. Ook proberen ze je aan het schrikken te maken, ze komen recht op je afgezwommen en slaan net voor je neus af. Op het einde van het snorkelen zagen we een school met duizenden vissen. Tussen deze school vissen zagen we nog enkele "kleine" haaien zwemmen. Na de lunch hadden we een uurtje voor ons zelf, we hebben maar een korte siesta gehouden.
In het begin van de middag zijn we naar de haven van "Santa Cruz" gevaren en van daaruit zijn we naar "El Chato" gegaan. Dit zijn drie kraters van oude vulkanen. Er was ook nog een tunnel waar de lava doorheen heeft gestroomd toen er een uitbarsting was.
Later zijn we naar een "schildpad farm" gereden. Dit was vroeger een gewone boerderij maar omdat ze zoveel last hadden van wilde schildpadden en er veel toeristen kwamen kijken naar de schildpadden hebben ze hem omgebouwd tot "schildpad farm". De schildpadden leven hier in het wild en waren in verschillende maten te bewonderen.
Na het eten zaten we op het dek en zagen tot onze grote verbazing enkele grote haaien langs de boot zwemmen (we dachten eerst dat het dolfijnen waren). Natuurlijk waren er ook zeeleeuwen dit probeerden om vliegende vissen te vangen. Om half negen werden de motoren gestart en zijn we naar het eiland "Isla Floreana" gevaren.
Om 6:30 uur zijn we aangekomen bij "Isla Floreana". Na het ontbijt zijn we rond "Champion rock" gaan varen waar we veel verschillende soorten vogels hebben gezien. Daarna was het weer snorkelen en na een klein uur, waarbij we weer veel vissen en zeeleeuwen hebben gezien zijn we terug gegaan naar de boot waar warme chocolade melk klaarstond. Na de lunch en siesta zijn we halverwege de middag vertrokken naar "Puerto Velasco Ibarra" om te gaan snorkelen. Hier hebben we zeer grote zeeschildpadden gezien en een 2 roggen.
Na de douche waren we al weer op weg naar "Post office bay". Hier werd in vroeger tijden post achtergelaten en degene die langs kwam en toevallig toch naar het adres op de brief voer nam deze brieven mee. Nu worden er door toeristen postkaarten achter gelaten. We hebben tussen de post gekeken of er kaarten met bestemming Nederland tussen zaten. Deze waren twee dagen ervoor in de bus gedaan. Wij vonden het niet nodig om deze al mee te nemen.
´S avonds was er niet veel bewolking en konden we de met sterren bezaaide hemel goed zien. Toen de lichten van de boot uit gingen zagen we de "Milkyway". We zijn die avond naar het eiland "Isabela" gevaren en kwamen om 1:00 uur aan. Wij hebben die nacht lang wakker gelegen. Volgens de kapitein was de zee erg rustig geweest maar wij konden deze mening niet delen.
Na het ontbijt zijn we naar het eiland "Isabela" gevaren. Daar zijn we met een bus richting "Sierra Negro, vulkaan Chico" gereden. Op ongeveer 1200 meter zijn we te paard naar het hoogste punt van de vulkaan gegaan. Ons laatste avontuur te paard in Lesotho staat nog in onze kont gegraveerd, dus .... De ochtend begon met regen. Het pad omhoog was erg modderig zodat de paarden regelmatig weg gleden. We vonden het al niets om op het paard te gaan maar toen al helemaal niet meer. Aangekomen op het hoogste punt hadden we bijna geen uitzicht op de krater omdat er veel bewolking hing. We zijn nog iets verder de krater in gelopen en hebben daar onze meegebrachte lunch opgegeten.
Na de lunch zijn we weer teruggelopen en mochten we weer op het paard. Het eerste stuk ging redelijk goed omdat dit pad niet modderig was. We wisten natuurlijk goed hoe de heenweg was gegaan en ze waren telkens de paarden aan het opjutten zodat ze maar sneller gingen lopen en dat was niet echt lekker voor onze kont. Vera had dan ook nog het geluk dat haar paard alleen maar voorop wilde lopen en het niet accepteerde als een paard hem voorbij ging. Aangekomen bij het modderpad was het natuurlijk weer glibberig. Patrick zijn paard is gevallen waardoor Patrick ook van het paard viel (maar gelukkig niets had). Daarna zijn we maar gaan lopen en hebben de paarden naar beneden gestuurd. Dit was ook een glibberige bedoeling maar wij vonden het een stuk veiliger.
In een openbaar toilet hebben we de tijd genomen om onze broekspijpen uit te spoelen en de modder van de schoenen te halen. Zo konden we ons nog redelijk in het dorpje vertonen. We zijn naar het strand gegaan en hebben daar wat gezeten en hebben foto´s gemaakt. Met de zonsondergang zijn we naar de boot gebracht en daar hebben we ons eerst maar even omgekleed. Na het eten nog even op het dek gezeten en toen op tijd naar bed gegaan.
We hebben goed geslapen want deze nacht zijn we in de haven gebleven. Na het ontbijt zijn we vertrokken naar de "Wetlands" van "Isabela". Daar hebben we veel verschillende vogels waaronder flamingo´s gezien. We hebben ook een bezoek gebracht aan een mangrovebos waar de zeeleeuwen onder de wortels lagen te slapen. Daarna zijn we nog naar een schildpadden geboortecentrum geweest. Ieder eiland heeft zijn eigen soort (of soorten) schildpad(den). Op "Isabela" komen meerdere soorten landschildpadden voor, de ene schildpad heeft een bolle schild en de ander weer een platte schild. Als de schild van de baby schildpadden ongeveer 20 cm is dan worden ze uitgezet in het wild en dan hebben ze een overlevingskans van ongeveer 90%.
Voor de lunch zijn we nog gaan snorkelen. Dit was de eerste keer dat we pinguins zagen. We hebben ze alleen op de kant gezien en niet in het water. Het was een beschermd gebied waar de pinguins verbleven en wij mochten dus niet te dicht in de buurt komen. Dit keer hebben we tijdens het snorkelen geen zeeleeuwen gezien maar nog wel een rog. Na het snorkelen stond de lunch al klaar en daarna hadden we even de tijd voor een siesta.
Aan het einde van de middag zijn we met het kleine bootje naar de andere zijde van de haven gegaan. Via een wandelpad kwamen we bij een ondiep stukje zee, dit was de rustplaats voor haaien. Ze gaan in ondiep water liggen om op te warmen en wij konden ze dan van dichtbij bewonderen. Ook waren hier vele leguanen en zeeleeuwen. Op de terugweg zagen we nog een hele kolonie van wel bijna 100 pinguins. We hadden een late lunch gehad en gingen weer vroeg eten omdat we die nacht een lange reis voor de boeg hadden. We hebben ´s avonds nog even op het dek gezeten. Wederom zei de kapitein dat de zee erg rustig was maar voor Vera was deze te onrustig. Na goed misselijk te zijn geworden moest ze even buiten uit het raampje hangen. Daarna ging het een stuk beter en hebben we redelijk geslapen.
Om 5:30 aangekomen in de haven van "Santa Cruz". Omdat we vandaag een druk programma hadden zijn we eerder aan het ontbijt begonnen. Om 8 uur liepen we rond op het "Charles Darwin station". Dit station is vernoemd naar degene die de Galapagos eilanden beroemd heeft gemaakt door veel te onderzoeken en te schrijven over de flora en fauna. Hier wordt geprobeerd om de populatie landschildpadden weer op orde te brengen. Dit is het oudste broedstation dat op de Galapagos eilanden staat, ongeveer 30 jaar. Het heeft al met succes een populatie landschildpadden die op uitsterven stond weten te redden. Hier verblijven alle soorten schildpadden die op de verschillende eilanden voor. Vanuit het Charles Darwin station zijn we naar een strand gegaan, dit was alleen een lang pad van 2.5 km voordat je bij het strand aankwam. Het was wel een erg mooi zandstrand maar de zee was erg wild.
Voordat we de boot op gingen hebben we nog wat rond gelopen in de haven en natuurlijk even de souvenirwinkeltjes bezocht. Na de lunch zijn we naar het eiland "Santa fe" gevaren. Dit was enkele uren varen en in de tussentijd hebben we op het dek gezeten en van de zon genoten. Op het einde van de tocht zagen we een walvis, een "Humback". Dit was toch maar een mooie afsluiting van de boottocht. Aangekomen in de baai van "Santa fe" hebben we tot de zonsondergang gesnorkeld en wederom veel vissen te zien. Voor het avondeten had de kok nog eens extra zijn best gedaan, als voorgerecht een lasagne en als toetje een stukje taart. Op ons laatste gezamelijke diner zijn we dus nog goed verwend. Na het eten hebben we onze spullen gepakt. De boot is daarna richting "San Cristobal" gaan varen.
Toen we wakker werden lag de boot al in de haven van "San Cristobal". Na het ontbijt hebben we de laatste spullen gepakt en daarna zijn we nog naar een museum geweest wat over de Galapagos eilanden gaat, het verleden, heden, natuur, dieren en mensen staan hier centraal.
Rond 9:30 zijn we met de bus naar het vliegveld gebracht waar onze rugzakken al klaar stonden. Daar hebben we ingecheckt en na het inchecken zijn we nog even teruggegaan naar de haven. Op het vliegveld verblijven is maar saai en nu hadden we tijd om wat rond te lopen, we hebben de winkeltjes afgelopen. Aangekomen op het vliegveld was het "boarding time" en na een half uur konden we het vliegtuig in. Na anderhalf uur vliegen zijn we in Guayaquil aangekomen waar wij zouden uitstappen. Snel van de groep afscheid genomen en nadat we de rugzakken hadden naar het hotel gegaan. We zouden in hetzelfde hotel als Harm en Petra verblijven die we al eerder in Ecuador hadden ontmoet.
Wij zijn daarna op pad gegaan om DVD´s met foto´s te branden om deze nog mee te geven. Onderweg kwamen we Harm en Petra tegen. Die middag hebben we nog wat rond gelopen in Guayaquil en ´s avonds met zijn vieren gaan eten. Nadat we alle spullen hadden afgegeven aan Harm en Petra die mee moesten naar Nederland zijn wij naar bed gegaan en zijn Harm en Petra zijn naar het vliegveld gereden. Wij hebben die nacht heerlijk rustig geslapen en gedroomd van de Galapagos eilanden.

21 augustus 2008

Cotopaxi & cloud forest

De busreis naar de Cotopaxi is zonder problemen verlopen. We moesten uitstappen bij het "National Park Cotopaxi" maar niet naar binnen gaan. Een onverhard pad schuin tegenover de ingang bracht ons bij onze verblijfplaats voor de komende drie dagen. Ongeveer anderhalve kilometer van de weg lag een soort van oude boerderij die was omgebouwd tot hotel. De kamers waren allen voorzien van een open haardje. Dit bleek ook wel erg belangrijk te zijn want het was er ´s nachts zeer koud. De eerste middag hebben we lekker wat gerelaxd en een kort wandelingetje gemaakt in de omgeving.

Zaterdagmorgen stond onze lunchbox (veel te veel) al klaar voor ons. We zouden die dag zonder gids richting de berg "Santa Cruz" lopen, een wandeling van ongeveer zes uur. De poort uit en dan naar rechts en maar blijven lopen zo begrepen we. De route liep over een onverhard pad en slingerde door het landschap heen. Meter voor meter waren we ook aan het klimmen en dat begonnen we dan op een gegeven moment ook te voelen. Ook voelden we ons nog steeds niet helemaal fit, koutje / grieperig. Na dik drie uur te hebben gelopen en boven op een berg te zijn aangekomen (we wisten ook niet precies of dit nu "Santa Cruz" was) hebben we heerlijk in het zonnetje zitten lunchen. We keken uit over een dal en we konden zien dat we een ronde konden lopen maar omdat we geen kaart of iets dergelijks bij ons hadden hebben we maar besloten om de zelfde weg weer terug te lopen. Het was een mooie wandeling.

Zondagmorgen zouden we om acht uur vertrekken in de richting van de Cotopaxi, de op twee na hoogste actieve vulkaan in Ecuador. We hadden bij het hotel vervoer en een chauffeur / gids geregeld. De route richting de Cotopaxi was adembenemend. Eerst reden we nog door wat dennenbossen maar al snel verdwenen deze voor een kale vlakte waar de vulkaan bovenuit stak. We hadden erg veel geluk want in tegenstelling tot de voorgaande dagen was het niet echt bewolkt. Alleen rond de top hingen wolken maar de sneeuw op de top was goed te zien. Het duurde zeker anderhalf uur voordat we op een parkeerplaats op z´n 4500 meter boven zeespiegel kwamen.

Hier lieten we de auto achter om naar "basecamp" te klimmen. Basecamp wordt door de echte klimmers gebruikt als overnachtingsplaats om midden in de nacht te starten met de klim naar de top op z´n 5800 meter. Hiervoor moet je speciaal uitgerust zijn omdat je over sneeuw en ijs moet klimmen. Wij vonden "basecamp" prima, dit ligt toch al op 4800 meter. De 300 meter moesten we steil naar boven klimmen door mul zand, wat het nog een extra zwaar maakt. Ook wordt ademen steeds moeilijker op deze hoogte. Wij waren dan ook blij dat we boven aan waren gekomen (we snappen nog steeds niet waarom we dit aan de andere kant ook zo leuk vinden). Na ongeveer een half uurtje boven te zijn geweest en ons lunchpakketje te hebben aangebroken zijn we weer naar beneden gelopen.

Aangekomen bij de auto zijn we naar een meertje gereden waar we nog een uurtje hebben rondgelopen. Daarna was het weer tijd om terug te gaan naar het hotel.

Maandag zijn we weer doorgereden naar het plaatje Latacunga. Een typisch Ecuadoriaans stadje met nog oude koloniale gebouwen. Wij hebben deze dag voornamelijk wat rond gelopen in de stad en wat rond gekeken.

Dinsdagmorgen hebben we de lokale bus weer gepakt naar Quito waar we nog twee nachten zouden verblijven. De eerste dag stond vooral in het teken van de huishoudelijke en noodzakelijke dingen zoals de was. Ook hebben we een nieuwe digitale camera gekocht want we vinden het toch wel belangrijk om met zijn tweeën foto´s te kunnen maken. Het voordeel van deze camera is dat hij ook nog eens onder water kan en dat is dan misschien wel weer makkelijk tijdens onze reis naar de Galapagos eilanden. Ook hebben we nog een excursie geboekt voor woensdag.

Voor woensdag hadden we dus een dagexcursie geregeld naar het "Cloud forest". Om acht uur moesten we ons melden bij het bureautje waar we werden opgehaald door onze gids, Wilson. Wilson zag eruit als een grote stoere vent maar toen we eenmaal in het forest aankwamen kwam de ware aard van het beestje naar voren. Hij genoot met volle teugen van orchideeën, vlinders en kolibri´s.
Het was zo´n twee uur rijden naar het forest maar Wilson nam er echt de tijd voor en stopte als hij onderweg wat interessants zag. Vlakbij het forest wist hij een cafeetje waar we een bakje koffie en thee konden drinken. Hier hadden ze voor de kolibri´s voederbakjes met suikerwater gehangen. Het wem
elde er van de verschillende kolibri´s en ze waren zeker niet cameraschuw. We hadden hier al uren kunnen blijven zitten om dit spectakel gade te slaan maar er was nog meer om te zien. Zo reden we naar een gedeelte waar we verschillende planten konden bekijken. Naast orchideeën waren er bromelia´s en verschillende soorten bananenbomen/planten te zien. Een heel bijzondere bananenboom was toch wel de boom met rode bananen.
Daarna was het tijd om naar een stuk te gaan waar de vlinders centraal stonden. Er was een hoek afgezet waar verschillende vlinders bekeken konden worden. Vooraf kon je het leve
n van rups naar vlinder volgen. Met name de rupsen en cocons hadden bijzondere kleuren en vormen. Dit was overigens niet zo vreemd nadat we later de vlinders zagen. Alle kleuren, grootte en vormen waren aanwezig.
Tot slot reden we naar een heuvel waar we door de toppen van het forest aan kabels naar beneden zouden glijden. Er waren tien kabels bevestigd in de toppen van de bomen. We zweefden zo´n twee uur over de toppen door het bos en konden ver van ons af kijken. Ook zagen we nog verschillende bijzondere vogels onderweg waaronder een kakatoefamilie met een jonge kakatoe die zijn kop uit zijn hol in een boomstam stak.
Het was inmiddels al drie uur en we hadden nog niet gelucht. Snel naar een dorpje gereden waar we nog getrakteerd werden op een heerlijke soep en een gebakken forel. We hebben het ons goed laten smaken en nadat onze buiken vol zaten was het al weer tijd om naar Quito terug te rijden. Al met al een zeer geslaagde dag.
Vanavond is het nog even de laatste dingetjes regelen (en dit berichtje op de weblog zetten) zodat we morgen dan echt naar de Galapagos kunnen gaan.

15 augustus 2008

Quito en omgeving

De eerste dag in Ecuador stond in het teken van het afwerken van onze reis volgende week naar de Galapagos eilanden en de ontmoeting met Harm en Petra. Bij aankomst in het hotel lag er een briefje klaar van Harm en Petra me de mededeling dat ze een dagje weg waren maar om zes uur terug probeerden te zijn. Dat was prima want dan konden wij nog even langs bij het boekingsbureautje om de laatste dingen te regelen voor de Galapagos reis.
Dit laatste was zo gepiept waarna we maar een tijdje op het terras zijn gaan zitten om een glaasje te drinken op ons Zuid Amerika avontuur. Bij het hotel aangekomen waren Harm en Petra ook zojuist gearriveerd. Besloten werd om naar een Ecuadoriaans restaurant te gaan om wat te eten en uiteraard om bij te kletsen. Harm en Petra reizen net als ons graag en hebben dan ook verschillende landen bezocht waar wij zijn geweest. Er was dus gespreksstof genoeg. Verder ging het natuurlijk ook over "Van Helvoirt Groenprojecten", de oude werkgever van Patrick. Het ging over het bedrijf en de oud collega´s. Het was leuk om te horen hoe het met ze ging en wat er allemaal speelde bij Van Helvoirt Groenprojecten. Als verrassing hadden de oud collega´s een kaart met persoonlijke groeten met Harm en Petra meegegeven.
De avond hebben we afgesloten op een verwarmd terras want wat we niet hadden verwacht, het is koud in Ecuador. Nu zullen jullie wel zeggen, twintig graden is toch een prima temperatuurtje. Dat klopt, maar wij waren iets warmer gewend de laatste tijd en dat merkten we toch gelijk. Wat we overigens ook merkte is dat we op ruim 3000 meter hoogte zitten. De eerste dagen waren we kortademig en niet echt superfris maar dat lijkt nu te verbeteren. De avond met Petra en Harm vloog voorbij. We hebben nog een keertje afgesproken onderweg want heel toevallig komen we elkaar in een andere plaats in Ecuador weer tegen.
De volgende dag stond in het teken van Quito, de hoofdstad van Ecuador. Een stad met een oud gedeelte met mooie koloniale gebouwen en veel kerken. Zuid Amerika staat bekend om zijn kerken en de een is nog mooier dan de ander. Er hangt een gezellige sfeer in de stad ondanks dat er vaak wordt gewaarschuwd voor berovingen. Helaas zouden we daar enkele dagen later achter komen toen de rugzak van Vera leeg gehaald werd. De schade viel gelukkig mee maar toch: een fototoestelletje en een verrekijker. Ook was er in de stad een uitkijkpunt met mooie vergezichten over Quito en bergen en vulkanen in de omgeving waarvan bij enkele de toppen bedekt zijn met sneeuw.
Woensdag zouden we afreizen naar Otavalo met het openbaar vervoer waar we dus bij aankomst verrast werden met een leeggehaalde rugzak. Bij aankomst kwamen we in een stadje aan dat bekend staat om zijn markten waar men van alles en nog wat verkoopt. De vrouwen van deze streek gaan vaak gekleed in gekleurde kleding en de mannen in blauwe poncho´s. De bonte verzameling van mensen is dan ook een fraai gezicht. Uiteraard is er ook op het toerisme ingespeeld en is er een markt met van allerlei souvenirs. Niet alleen van Ecuador maar van geheel Zuid Amerika.
Aan het einde van de middag zijn we naar een boekingsbureautje gegaan om voor de volgende dag een wandeling met gids vast te leggen. De wandeling die wij wilden maken was rondom “Laguna Cuicocha”. Dit is een kratermeer met twee eilanden in het midden. Het verhaal gaat dat bij een vroegere uitbarsing van de vulkaan de punt in de krater is gezakt. Hierdoor is een meer ontstaan met twee punten/eilanden. De krater ligt in een national Park. Om negen uur reden we naar de krater waarna we de wandeling begonnen. Het was in de morgen redelijk onbewolkt en de uizichten waren dan ook erg fraai. Af en toe zag je zelfs een besneeuwde bergtop in de omgeving maar richting de middag onstond er toch wat meer bewolking. Het meer was wel goed te zien en de rijkdom aan planten maakte het dan ook tot een geslaagde wandeling. De gids kon ook veel vertellen over de flora en fauna in de omgeving.

Morgen vertrekken we weer in de richting van de Cotapaxi waar we zo´n drie dagen zullen verblijven. De Cotapaxi is ook een vulkaan met een hoogte van maarliefst 5897 meter boven zeespiegel maar deze zullen wij niet gaan beklimmen. Wij zullen het houden bij wandelen rond de voet van de vulkaan.

09 augustus 2008

¡Hola!

Inmiddels zitten we al weer een weekje in Panama city en we doen het deze keer rustig aan. We hebben nog wel even gekeken in het begin van de week naar wat activiteiten in Panama zelf maar daar was de tijd net iets te kort voor. Aanstaande maandag zullen we namelijk beginnen aan ons Zuid Amerika avontuur.

De vlucht vanuit Hawaii naar Panama via Los Angeles was zoals we al hadden verwachten erg lang en vermoeiend. Tweemaal moesten we zo´n vijf tot zes uur in de nacht vliegen waarbij je zo´n twee uur van te voren op het vliegveld aanwezig moest zijn.
De eerste vlucht begon al goed met een overboeking van de vluchten en we stonden wederom (hadden we ook al met de eerste vlucht dit jaar gehad) op de reservelijst. De ervaring leerde ons dat we ons hier niet zo druk over hoefde te maken en ongeveer een half uurtje voor vertrek werden onze namen als eerste van een heel rijtje genoemd. Er was nog een plekje in het vliegtuig voor ons met een gangpad er tussen.
De vlucht verliep redelijk voorspoedig en Vera lag al te slapen nog voor we opstegen. Uiteindelijk kwamen we om zes uur in de morgen aan in Los Angeles. Het gedeelte waar wij aankwamen stelde niets voor en er was ook niets te doen. Er was niemand die je te woord kon staan en er waren ook geen duidelijke informatieborden.
We wilden eigenlijk toch wel even een hotelkamer nemen omdat we twintig uur anders op het vliegveld moesten hangen en dat leek ons echt te veel. De ervaring op Delhi airport staat ons nog vers in het geheugen. Uiteindelijk vonden we buiten een beveiligingsagent die ons vertelde dat er een aantal hotels op loopafstand waren en hij begon met het Hilton hotel. Dit is uiteraard de eerste keuze voor backpackers als ons.
Na een kwartiertje lopen kwamen de eerste hotels in zicht. Een verblijf van negen uur (en dus nog niet eens zeven uur) in de morgen tot en met negen uur in de avond kwam uit op een bedrag van dik hondervijftig dollar (honderd euro) en daar kwam dan de belasting nog bij. We konden ook tot zes uur blijven en dan was het maar hondertien dollar. Omdat we toch wel heel erg graag wilden gaan slapen hebben we het toch maar gedaan. Nog net voordat we naar onze kamer gingen zei de dame nog heel vriendelijk dat we tot elf uur konden ontbijten (maar ook dit zat niet in de prijs). Het ontbijt hebben we gemist en we werden rond een uur of twaalf wakker waarna we om de hoek een broodje zijn gaan halen.
Om zes uur zijn we weer terug gegaan naar het vliegveld om daar te wachten op de volgende vlucht die om twee uur ´s-nachts zou vertrekken. Om tien uur konden we inchecken waarna we langs de douane naar de winkeltjes en restaurantjes. Voor de douane was niets te krijgen, nog niet eens een blikje fris (en dat is dan een belangrijk vliegveld in Amerika). We hadden net wat te eten besteld of ze begonnen ook al het restaurantje waar we zaten af te sluiten. We hebben toch maar rustig doorgegeten.
De tweede vlucht verliep gelukkig voorspoedig en we kwamen dan ook aan om half elf Panameese tijd. Nog even een uurtje bij de douane staan (we zagen onze rugzakken ongeveer twintig keer voorbij komen over de band achter de douane) wachten en toen kregen we een stempeltje en konden we door.
We hadden een backpackershotelletje geregeld en dit bleek gewoon een woning te zijn waar een aantal kamers verhuurd werden. Bij aankomst was er niemand thuis maar de onderbuurman kwam aangelopen met een sleutel en liet ons binnen en liet ons de kamer zien. Daarna verdween hij weer en hadden we het huis voor ons alleen. Later die middag kwamen de bewoners thuis en deden net of als we er al weken woonden. De kamer was eenvoudig maar is verder prima. Het lijkt een beetje op een studentenhuis.
Die middag zijn we gelijk gaan zoeken op het internet of en wat er te zien was in Panama city en omgeving. We hadden ons niet zo goed voorbereid voor Panama want het bleek dat er niet overdreven veel te doen is in de stad zelf. Daar buiten is er op zich voldoende te zien maar dan moet je toch al gauw voor zo´n zeven dagen op pad en die tijd hebben we niet.
Toen kwam Vera op het idee om eens te vragen of het mogelijk was om wat Spaanse les te krijgen want dit is voor de aankomende tijd in Zuid Amerika ook geen overbodige luxe. Er wordt wel wat Engels gesproken maar dat is toch wel gebrekkig. De huisbazin begon rond te bellen en aan het einde van de avond had ze "Alberto" die ons wel wat Spaans kon leren. Het was geen leraar maar hij sprak beide talen (Engels en Spaans) en kon ons wel wat verder helpen. Vanaf die dag hebben we iedere dag zo´n twee uur intensieve Spaanse les en het is nog leuk ook. Het valt nog niet mee maar er is een begin gemaakt. Iedere morgen hebben we nu Spaanse les en kunnen dan in de middag iets gaan bezichtigen.
Panama city is met bijna een miljoen inwoners de hoofdstad van Panama, een land in Midden-Amerika. Gesticht door een Spaanse gouverneur genaamd Pedrarias in 1519. Deze eerste bebouwing is geheel vernietigd door de Engelsen en de stad is later weer herbouwd. Panama is de eerste stad aan de kust van de Grote Oceaan gesticht door blanke mensen. Als je terugkijkt in haar geschiedenis en Panama City nu bekijkt, dan is het een stad met dimensies. De ruïnes van de eerste originele stad, die veroverd en vernietigd werden door piraat Captain Henry Morgan. De mooie oude stad Casco Viejo stammend uit de 17e eeuw en de nieuwe moderne zakenstad, ook wel het Monaco van de Americas genoemd, met meer dan 100 buitenlandse banken en wolkenkrabbers. Kortom… Panama City is 3 steden in 1!
De stad is voor de meeste onder ons bekend om het Panama-Kanaal, een 81 km lang kanaal dat de Grote Oceaan met de Atlatische Oceaan verbindt. Dit kanaal was gereed op 15 augustus 1914 en sinds toen zijn er bijna een miljoen schepen door het kanaal gevaren. De eerste aanzet is gemaakt door de Fransen en later hebben de Amerikanen het werk voortgezet. Vanaf dit moment ontwaakte de stad als een centrum van zaken en handel. Panama City strekt zich ruim 19 km uit langs de kust van het Panama-kanaal tot de ruines van de eerste bouw.
Dinsdag hebben we een bezoek gebracht aan het Panamakanaal waar de grote zeeschepen het kanaal op varen. De zeeschepen kunnen niet zomaar het kanaal op varen omdat dit zo´n zesentwintig meter hoger ligt dan de beide oceanen. Hiervoor zijn indrukwekkende "Gatunlocks" aangelegd. Dat zijn grote sluizen waar de schepen 26 meter omhoog of omlaag worden gebracht. Drie sluizen zijn nodig om het hoogteverschil te overbruggen en de schepen worden met behulp van treintjes door de sluizen begeleid. Er liggen twee sluizen naast elkaar, zodat er tegelijkertijd een schip naar boven en een naar beneden kan worden gebracht. Het duurt ongeveer tien minuten per sluis en dus een half uur om vanaf zeeniveau naar het kanaalniveau te komen. Aan de ander zijde is het weer het zelfde verhaal. In totaal duurt de tocht door het kanaal zo´n acht uur.
Per sluis is 197 miljoen liter zoet water nodig (dus voor een schip is dat maal zes). Dit water komt vanuit meren en rivieren in Panama. Het regent in Panama gelukkig heel erg veel in het tropisch regenwoud waardoor de watervoorraad tot nu toe altijd voldoende is geweest. Toch is men er wel bewust van dat men zuinig met zoet water moet omspringen.
Omvaren kost ongeveer een week afhankelijk van de route. De grootste schepen betalen "contant" honderdvijftigduizend dollar om door het kanaal te mogen varen. Toch kunnen zeker niet alle schepen door het kanaal. De breedte van de sluizen is drieëndertig meter en moderne schepen zijn veel breder. Men is dan ook enkele jaren geleden gestart met de aanleg van een breder sluizencomplex (ca vijftig meter breed) waardoor grotere schepen door het kanaal moeten kunnen in de toekomst. Rond 2014 moet het werk worden opgeleverd en tot die tijd zullen de grote schepen dus noodgedwongen om moeten varen. Bij de aanleg van het nieuwe sluizencomplex is erg goed nagedacht met betrekking tot het besparen van zoet water.
Hierna zijn we we naar het oude gedeelte van de stad "San Felipe" gegaan. Dat is een raar mengelmoesje van oude koloniale gebouwen en kerken die deels schitterend opgeknapt zijn en deels helemaal vervallen. Bijzonder was vooral een uitzichtpunt waar je aan de ene kant de skyline zag van het zakendistrict met allemaal wolkenkrabbers en achter ons waren koloniale opgeknapte panden en oude vervallen ruïnes.
Woensdag hadden we een regeldagje op de planning staan. We hadden er eens goed over nagedacht en uiteindelijk toch maar besloten om bij ons bezoek aan Ecuador (volgende week) ook een bezoek te brengen aan de Galapagoseilanden. Aangezien een bezoek aan de Galapagos niet goedkoop is hebben we even afgewacht of het budget het toe liet. Wij gaan jullie nu niet vragen om een bijdrage want we doen het goed volgens onze boekhouder en blijven dus netjes binnen het budget. De tweede reden is dat er altijd boten zijn die nog "last minute" reizen aanbieden en na heel wat mailverkeer hebben we een boot vast liggen. Het is een oud houten zeilschip waar we acht dagen mee gaan varen rond de Galapagoseilanden. Overdag is er tijd om de eilanden, met een volgens de boeken erg mooie flora en fauna te bezoeken en ´s nachts varen we dan weer verder. We hebben er erg veel zin in.
Eerst zullen we maandag naar Quito, de hoofdstad van Ecuador vliegen waar we Harm en Petra (Harm is een oud collega van Patrick) als het goed is zullen ontmoeten en waar we dus even mee bij kunnen kletsen. Daarna hebben we een klein weekje om het noorden van Ecuador te bezoeken waarna we weer teruggaan naar Quito voor onze vlucht naar de Galapagos. Alles past dus netjes in elkaar.
We hebben deze week ook gebruikt om het een en ander bij te werken zoals het digitale dagboek, de weblog, foto`s, etc. Uiteindelijk is het bezoek aan Panama anders uitgevallen dan verwacht en zullen we niet zo veel zien van het land maar we hebben toch wel vele andere dingen geregeld wat uiteraard ook niet verkeerd is.
Verder hebben we ook nog een wat verveldende mededeling (voor ons dan). Ondanks dat het nog heel erg ver weg lijkt zijn we toch al weer dik over de helft van onze wereldreis en moesten we ook weer gaan denken aan de terugvlucht (op het moment dat wij dit typen zien wij een glimlach op de gezichten van onze ouders verschijnen) die nog open stond.
Wij hadden de datum af laten hangen van het budget en zoals eerder vermeld is dit nog steeds positief. Wij hoopten dat we het tot net voor de kerstdagen uit konden zingen en dat lijkt te lukken. Wij hebben dan ook de vluchten vastgelegd. De eerste vlucht van Buenos Aires naar Madrid staat voor zeventien december ´08. We zullen dan nog een paar daagjes in Madrid doorbrengen (om ons Spaans in Europa uit te proberen) om uiteindelijk op zondag eenentwintig december van Madrid naar Amsterdam te vliegen. De verwachte aankomsttijd (dit is waarschijnlijk erg belangrijk voor onze ouders en zussen) is 13:20.
Hasta luego!!

01 augustus 2008

Aloha

Het is al weer een aantal dagen geleden dat we het land van de rieten rokjes en hoela hoela dansjes betraden. Op dinsdag 22 juli zijn we na een lange vlucht vanuit Tokyo aangekomen. In het vliegtuig zaten vrijwel alleen maar Japanners. Bij de douane deden ze zoals verwacht moeilijk. We moesten aantonen dat we het Hawaii (Amerika) weer verlieten. Amerika is geen fijn land om op te vliegen sinds de aanslagen in het verleden. De regels zijn erg streng en er wordt heel erg veel gecontroleerd. Een ticket terug naar Tokyo hadden wij natuurlijk niet maar na wat gesnauw van de douanier ging ze toch akkoord met de ticket naar onze volgende bestemming, Panama. Even dachten we nog dat ze jaloers was omdat wij voor een jaar aan het reizen waren. Wij lachten toen maar vriendelijk naar de douanier.

Bij aankomst op het eiland Oahu werden we niet begroet door danseressen die ons bloemenkransen omhingen. Wij hadden hier uiteraard wel op gehoopt maar dit zal wel een te romantische droom van ons zijn geweest. Met een pendelbus zijn we daarna naar Waikiki, de touristische wijk van Honolulu gereden. Wij hadden een aantal hotels op internet opgezocht maar konden deze niet boeken omdat onze creditcard niet Amerikaans was. Het was dus even een gok of we wel bij de gekozen hotels terecht konden. Uiteraard was dit niet het geval en moesten we verder zoeken. Het is hier gelukkig hotel naast hotel, dus was het bij de buren binnen lopen en deze hadden wel plaats maar hanteerde wel hele hoge prijzen. Toen ze ook nog eens niet vertelde dat er belasting bij kwam en wij niet de tijd konden verblijven die we vroegen zijn we maar weer naar de volgende gelopen. Uiteindelijk hebben we een studio gevonden waar we inmiddels na ons bezoek aan het eiland Maui weer terug zijn gekeerd.

De volgende dag zijn we hebben we lekker rustig aangedaan en genoten van Hawaii. Waikiki is een echte toeristische kustplaats dus er is altijd wel wat te zien en te doen maar wij hebben toch voornamelijk op het strand gelegen. Verrassend genoeg miezerde het van tijd tot tijd maar doordat het zo warm was was dit geen probleem. Af en toe zagen we vanaf het strand schildpadden hun kop boven water uit steken om adem te halen.

De volgende dag stond Pearl Harbor op het programma. Deze locatie is zoals wellicht bekend van de Japanners op de Amerikaanse vloot tijdens de tweede wereldoorlog (en van de speelfilm natuurlijk). Het is indrukwekkend om te zien wat er in enkele uren op deze locatie heeft afgespeeld. Er zijn enkele monumenten voor de bemanning van enkele schepen waaronder de USS Oklahoma en de USS Arizona die hier het leven hebben gelaten. Verder ligt er het slagschip "Missori" waarop later de overgave van de Japanners is getekend in het bijzijn van een hoge Nederlandse pief. Later heeft het schip na verbouwingen ook nog gediend in de Korea oorlog en de golfoorlog. Het was interessant maar laten we maar hopen dat zoiets in de toekomst nooit meer zal gebeuren.

De volgende dag zijn we uitgecheckt in het hotel en hebben we de ferry naar het eiland Maui hebben genomen. Een drie uur durende ferry die uiteraard langs de diverse eilanden voer en ons ook nog een mooie excursie gaf. Wij hadden er voor gekozen om naar dit eiland te gaan omdat hier een hostel zat dat tevens dagelijks excursies over het eiland organiseerde en we dus op een hele eenvoudige en goedkope manier veel van dit eiland konden zien.

Wij kwamen die avond om zeven uur aan en de lijst was al volgeboekt voor de excursie voor de volgende dag. Dat was balen want dit leek ons de mooiste excursie die ze aanboden. Wij schreven toch maar onze naam onder aan de lijst in de hoop dat er een aantal mensen niet mee zouden gaan maar hier rekende we eigenlijk niet meer op.

We hadden toch geluk want er kwamen een aantal personen niet opdagen (het zal wel te gezellig zijn geweest de vorige avond en het regende een klein beetje) en dus hadden we een plaatsje in de bus en konden we mee naar de vulkaan Haleakala. Deze vulkaan is ongeveer driehonderd jaar geleden uitgebarsten en heeft het landschap getekend. Tot op de dag van vandaag groeien er nog maar heel weinig planten op deze lavabodem. Het duurde zo'n twee uur voordat we op zo'n 9700 feet (3000 meter) waren vanwaar we de wandeling zouden starten. Bij het beklimmen van de vulkaan reden we door de wolken en op ongeveer 2500 meter keken we over de wolken wat een verschrikkelijk mooi gezicht was. Het was boven de wolken schitterend weer met veel zon. De wandeling in de vulkaan was twaalf mijl wat ongeveer twintig kilometer is en ongeveer zes uur in beslag zou nemen. De kleuren waren fascinerend en we genoten dan ook enorm en waren toch wel erg blij dat er een aantal personen niet op waren komen dagen. Na ongeveer vier uur lopen begonnen we weer langzaam te klimmen en het laatste uur was het weer stevig omhoog naar zo'n 2500 meter. Uitgeput maar zeker voldoen kwamen we weer bij de bussen aan.

We moesten nog even snel opschieten om weer naar boven te rijden om de zonsondergang te zien. Dit was niet een gewone zonsondergang maar de zon zakte achter het wolkenpakket weg waardoor het donker werd. Onder de bewolking was het uiteraard nog even licht maar voordat wij met de bus eenmaal beneden waren was het inmiddels ook daar donker. Moe maar voldaan kwamen we aan bij het hostel en schreven we ons snel in voor de excursie van de volgende dag.

Deze excursie ging naar twee stranden (big en little beache) waar we de gehele middag konden relaxen. We begonnen op Big beache waar we lekker in de zon hebben gelegen en regelmatig moesten afkoelen in de zee. Om vier uur zouden we vertrekken naar Little beach wat op loopafstand was van Big beach. Op Little beach is het iedere zondag feest. Het is een plaats waar hippies muziek maken en een gezellige sfeer hangt. Deze gezellige sfeer zal er ook wel mee te maken hebben dat er voldoende wordt "gerookt" en er geen badkleding verplicht is. Voor wat ons betreft hoeven personen boven de dertig toch echt niet meer in hun blote gerimpelde kont te gaan staan dansen maar iedereen mag hier natuurlijk zijn eigen mening over hebben.

Omdat we de beroemde tocht naar "Hana", een heel klein plaatsje op Maui, niet wilde missen op dinsdag besloten we om de volgende dag (maandag) niet in te schrijven voor de excursie en te wachten totdat de lijst voor "Hana" opgehangen werd. Zodra de excursie vertrokken was plaatste we onze namen op de lijst en konden we ons eigen plan trekken. Bij toeval vroeg de Bulgaars / Amerikaanse Magaretha of wij met haar mee gingen naar het westelijk deel van het eiland. Zij had een auto gehuurd en dat was natuurlijk wel erg verleidelijk. We hebben die dag dan ook veel van de ruige westelijke kust gezien en een groep van wel zo'n honderd dolfijnen (helaas wel wat ver weg) gezien. Wederom een geslaagde dag.

De volgende dag naar "Hana" was ook een geweldige rit. De heenweg bestond uit zo'n vierhonderd bochten over smalle wegen met mooie uitzichten, watervallen, witte / zwarte / en rode stranden en van allerlei andere mooie dingen. Het was dus een goede keuze geweest om de vorige dag te wacten op de lijst en later in te schrijven.

Gisteren zijn we weer met de ferry terug gevaren en hebben we "Diamondshead" een hoog punt op Oahu bezocht waar we een mooi uitzicht hadden over Honolulu. Vandaag zijn we naar "Hanauma bay" gweest waar we wat hebben gezommen en gesnorkeld. Voor morgen hebben we twee duiken geboekt en worden we om elf uur verwacht. We zijn erg benieuwd hoe het onderwaterleven op Hawaii is. Daarna zullen we Hawaii alweer verlaten voor Panama. Wederom een lange reis waar we ook nog bijna een dag op het vliegveld van Los Angeles moeten verblijven. We zullen proberen hier toch maar een hotel te nemen om de tijd te doden.